Pilots Antibiotic Surveillance & Stewardship in de eerstelijn, tweede-lijn en langdurige zorg

Geplaatst op: 5 juli 2018

Op 27 juni 2018 bracht het RIVM het evaluatierapport uit van de pilots “Juist Gebruik Antibiotica”. Dit rapport beschrijft de aanleiding, doelstelling, werkwijze en uitkomsten van de pilots die in de periode van maart 2017 tot juni 2018 zijn uitgevoerd. Dit onderzoek werd verricht in opdracht van het Ministerie van VWS in het kader van het programma Aanpak Antibioticaresistentie. Het doel is een heldere weergave te geven van de wijze waarop aan Antibiotic Surveillance & Stewardship vormgegeven kan worden in de Nederlandse gezondheidszorg.

De pilots geven antwoord op drie belangrijke vragen:

  1. Is het inhoudelijk en technisch haalbaar om betrouwbare en bruikbare informatie over antibioticavoorschriften op indicatie te verkrijgen?
    Ja, dat is haalbaar, maar vergt wel deels om een beperkte additionele registratie en ICT-aanpassingen. De pilots tonen aan dat het ondanks verschillende technische en inhoudelijke uitdagingen mogelijk is om bruikbare data uit de bestaande registratiesystemen te extraheren en te analyseren, zonder dat artsen onnodig worden belast met extra registratiewerk. De situatie, vraagstukken en oplossingen verschillen per domein. In de eerste lijn wordt bijvoorbeeld al langere tijd structureel de indicatie bij het antibiotica voorschrift geregistreerd. In de tweede lijn en de langdurige zorg gebeurde en gebeurt dit nog niet structureel. Voor de langdurige zorg is voor de pilot een speciale module ontwikkeld om de benodigde gegevens te kunnen registreren en te extraheren. In de tweede lijn wordt een gestandaardiseerde module ingebouwd bij de twee grootste elektronisch patiëntendossiers, die door meer dan 80% van de ziekenhuizen worden gebruikt.
  2. Hoe reageerden de betrokken artsen op de spiegelrapportages?
    In de eerste lijn en in de verpleeghuizen is de spiegelinformatie per instelling of per FTO-groep van de huisartsenpraktijk besproken met de voorschrijvend artsen, met aandacht voor casuïstiek en de geldende richtlijnen. Vrijwel alle artsen bevestigden de waarde van de spiegelinformatie. Alle deelnemende verpleeghuizen hebben aangegeven de pilot te willen continueren om zo het voorschrijfgedrag te blijven volgen. De spiegel-rapportages geven direct informatie over de indicaties waar zij het al ‘goed doen’ en waar eventueel verbeteringen mogelijk zijn. Ook een aantal deelnemende huisartspraktijken was positief over een vervolg. Uiteindelijk is de data uit een van de ziekenhuizen beschikbaar gemaakt voor analyse. De bespreking van de resultaten in de ziekenhuizen heeft nog niet plaatsgevonden. Op basis van de conceptrapportages en de gesprekken met de betrokken ziekenhuizen is het de verwachting dat de bestaande A-teams de spiegelinformatie kunnen gebruiken voor verbeteracties.
  3. Wat is er nodig om stewardship en surveillance per domein te organiseren en structureel te borgen?
    In de eerste plaats blijft aandacht voor het onderwerp nodig. Onderzoek, symposia en nascholing over het belang en de mogelijkheden van de in deze pilots ontwikkelde werkwijze vergroten het draagvlak onder zorgverleners. Veldpartijen zoals het Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG), de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV), Verenso, de Stichting Werkgroep Antibioticabeleid (SWAB), en de regionale netwerken spelen een belangrijke rol.
    Daarnaast moeten praktijken, instellingen en regio’s ondersteuning krijgen bij het generen en gebruiken van spiegelinformatie. Dit heeft een technische kant in de vorm van aanpassingen van HIS, ECD en/of EPD. Maar er is ook een inhoudelijke kant in de vorm van duiding van data, het bespreken van spiegelinformatie en het vertalen naar verbeteracties. Om deze werkwijze in het vervolg breder toe te passen in alle drie zorgdomeinen moeten het veld, de kennisinstellingen en de regionale netwerken gezamenlijk betrokken worden en elk een deel van de kennis en kunde inbrengen.Zo willen de regionale zorgnetwerken GAIN en regio Utrecht gezamenlijk een project uitvoeren dat is gericht op de eerste lijn, waarvoor een aanvraag is gedaan bij het Ministerie van VWS. Daarbij zal de ontwikkelde werkwijze worden toegepast in een aantal FTO-groepen van huisartsen in de beide regio’s.

Meer nieuws

Transmurale werkafspraken: stand van zaken

5 juli 2018

In de regio Utrecht zijn transmurale werkafspraken ontwikkeld, die betrekking hebben op labuitslagen, overdracht van patiënten die drager zijn van een BRMO van de ene naar de andere zorgorganisatie of setting en het informeren van patiënten. Tijdens onze werkconferentie vorig jaar werd deze behoefte bevestigd en zijn de knelpunten met betrekking tot de afspraken in…

> lees verder

Succesvolle ABR-simulaties

5 juli 2018

Op 16 april en 28 mei 2018 organiseerden we in samenwerking met het RIVM  sessies voor verpleeghuizen waarin een uitbraak van resistente bacteriën gesimuleerd werd. In deze bijeenkomsten van drie uur gingen de deelnemende verpleeghuizen aan de slag met de vraag: ‘Wat te doen bij een uitbraak van resistente bacteriën?’ De vijftien deelnemende organisaties voor langdurige…

> lees verder

Punt Prevalentie Onderzoek (PPO): al 8 deelnemende verpleeghuizen

5 juli 2018

Over het vóórkomen van resistente bacteriën in verpleeghuizen is weinig bekend, daarom wordt in opdracht van VWS in 300 verpleeghuizen onderzocht hoeveel cliënten drager zijn van resistente darmbacteriën. Het gaat hier om een steekproef, dat wil zeggen dat de aanwezigheid van deze bacteriën bij 40 cliënten per verpleeghuis wordt bepaald. Met deze informatie kan antibioticaresistentie in…

> lees verder